Hoewel Friesland van oudsher over tal van zeehavens beschikt, bleef de zeevisserij er altijd ondergeschikt. Eigenlijk vreemd voor een gewest met de langste kustlijn van de Republiek. Friese vissers beperkten zich in de Vroegmoderne Tijd tot de binnenvisserij (Wadden- en Zuiderzee), de kustvisserij (Noordzee) en de haringvisserij.




