Direct na de Tweede Wereldoorlog komt een geboortegolf op gang die ook in Friesland jonge ouders in hun vaak povere woonomstandigheden voor problemen stelt. Bovendien veranderen de inzichten. Om de babyboom ook op het platteland in goede banen te kunnen leiden, openen kleine klinieken in dorpen. De kleinste is van 1948 tot 1951 gevestigd in Boijl (Weststellingwerf) en wordt gerund door verpleegkundige Trijntje Donker-de Graaf. Haar memoires en een patiëntenlijst schetsen een leerzaam tijdsbeeld.



