De zeevarende Nederlandse gewesten hadden gedurende de 16de eeuw een enorme behoefte aan hout. Het eigen bosareaal schoot tekort, waardoor het hout werd gehaald uit de Ardennen, Duitsland, Scandinavië en het Oostzeegebied. Onder de Nederlandse houttransporteurs speelden vooral de Friese schippers een opvallend actieve rol.




