De landkaarten van Jacob Kuyper (1821-1908), in 1871 verzameld in de Gemeente-atlas van Friesland naar officieele bronnen bewerkt, zijn nog altijd een toegankelijke bron voor geïnteresseerden van hoe Friesland er rond 1870 uit zag. Wat bepaalt de eeuwigheidswaarde van de nalatenschap van deze cartograaf?




